De sonde kan door een verpleegkundige ingebracht worden. De verpleegkundige schuift de sonde via uw neus, keel en slokdarm naar uw maag. Het inbrengen van de sonde kan een vervelend gevoel geven, maar meestal gaat dit zonder problemen. Als de sonde goed ligt, plakt de verpleegkundige deze met pleisters vast aan de neus zodat de sonde niet verschuift. Soms wordt de sonde ook aan de wang vastgeplakt.
De verpleegkundige controleert met een pH-meting of de sonde goed ligt. Hierbij wordt er via de ingebrachte sonde een klein beetje maaginhoud opgetrokken. U voelt hier niks van. Daarna meet de verpleegkundige met een klein stripje de pH-waarde van uw maaginhoud. De pH-waarde geeft duidelijkheid over of de sonde goed ligt. Soms is het nodig dat er aanvullend nog een röntgenfoto wordt gemaakt, maar meestal is dit niet nodig.
De sonde kan ook endoscopisch (door de MDL-arts) of onder röntgendoorlichting (door de radioloog of Pysician Assistant (PA)-Radiologie) ingebracht worden.